Stel je voor dat systemen met elkaar moeten praten. Daar is
een generieke taal voor bedacht: STUF-dcr, REST en SOAP. Laten we
beginnen bij het begin. REST en SOAP bij xential houdt in dat een
communicatie laag, REST of SOAP in dit geval, een call doet waarbij er
informatie wordt opgevraagd en een actie uitgevoerd wordt. Een concreet
voorbeeld is wanneer een zaaksysteem sjabloon X opvraagt bij xential.
Dit gebeurt door middel van een API. Die vult vervolgens de opgevraagde
data in en geeft als antwoord naar zaaksysteem een .docx of een .pdf
terug op deze plek. Dit bestaat uit een call, action en endpoint. Het
action-gedeelte is waar onze API heel goed in is.
Wat is nou een API?
Een API is een Application
Programming Interface. Het is platgezegd een ingang tussen systemen en
software naar een ander systeem. Zo kunnen ze met elkaar communiceren en
gegevens uitwisselen. Om het even in een concreet voorbeeld te gieten:
een stekkerdoos is in dit geval het systeem of de software en de stekker
is de API. Wereldwijd zijn er verschillende stekkers, die niet overal
inpassen. Als ze wel passen, kunnen ze dus met elkaar praten. Dat
gebeurt door middel van een API.
Veelgebruikte API’s
Op dit moment zijn de twee
meest gebruikte de REST en SOAP API. SOAP (Simple Object Access
Protocol) API is een koppeling waarin strakke afspraken worden gemaakt
hoe deze eruit ziet voor structuur en controle en hoe deze gebruikt moet
worden. Deze is ook zwaarder dan de REST API. REST (Representational
State Transfer) API is een stuk lichter, omdat deze zonder contract
wordt gebruikt. Door de ontbrekende structuur kan het ingewikkelder zijn
deze te ontwikkelen.
Hans Lankamp, manager Sales en Gerco Seppenwoolde, technisch partner
manager vertellen je over wat deze API’s voor xential betekenen.
Kaders van REST & SOAP
Tegenwoordig wordt er
veel gebruik gemaakt van REST. Dat komt doordat het de nieuwste techniek
is. Hoe zit het dan met de kaders die zo’n API mee krijgt? Bij SOAP
gaat er in de aanvraag een header mee. In deze header worden
verwachtingen vastgelegd en acties en is er minder ruimte voor een eigen
antwoord. Dat antwoord komt terug als XML. Bij REST heeft de aanvrager
meer flexibiliteit om een eigen antwoord terug te geven in JSON-vorm.
Hans: “‘Vroeger’ hadden we alleen de keuze uit SOAP en StUF-DCR óf
een leverancierskoppeling. Zo’n leverancierskoppeling is ook heel
onderhoudsintensief, dus hier zijn we in gaan minderen. Tegenwoordig
kennen we dus ook REST, waardoor we kunnen kiezen op basis van wensen en
systemen van de klant.”